[ Pobierz całość w formacie PDF ]
.Hier hadden ze elkaar bemind; hier had ze zoons en dochters ter wereld gebracht — vier had ze er gebaard en vier had ze er opgevoed, dat konden niet veel vrouwen haar nazeggen.Hier was Keez gestorven, maar rustig, zonder pijn.Hier lag zij te sterven.Het bos kon de Plaats nu terugkrijgen, en welbedankt; zij had ermee afgedaan.Ze zag een schaduw bewegen.Phain deed haar ogen open.Het zonlicht viel schuiner naar binnen, dus moest ze hebben geslapen.Ja, de muren waren een netwerk, gaten die door takken bijeen werden gehouden.Tijd om te gaan.`Hebt u iets nodig?' vroeg een zacht, beverig stemmetje.Phain schudde haar hoofd op het kussen en probeerde te glimlachen om het kind op haar gemak te stellen.Het was een moeilijke tijd voor een kind.Een dodenwake was niet gemakkelijk.Ze kon zich de naam van het meisje niet herinneren.Vreselijk dat oude mensen zoveel vergaten! Ze kon zich Keez nog heel goed herinneren.Ze kon zich elke bijlslag en elke knoop herinneren toen ze samen de hut hadden gebouwd op hun speciale Plaats.Maar ze kon zich onmogelijk herinneren welk arm kind gestuurd was om haar dodenwake te houden.Ze kon zich zelfs niet herinneren dat de hele familie afscheid van haar was komen nemen, maar ze wist dat ze geweest moesten zijn.Hoe lang had ze hier gelegen en het arme kind laten wachten? Ze likte haar lippen.`Drinken?' vroeg het kind.'Wilt u iets drinken? Ik zal wat halen.' Verlangend om haar een genoegen te doen, verlangend om het gevoel te hebben dat ze zich nuttig maakte.Phain herinnerde zich haar eigen beurt om de dodenwake te houden.Een lange, magere oude man die heette.ze kon het zich niet herinneren, deed er niet toe.Hij had er een week over gedaan om dood te gaan, haar nooit bedankt, alles eruitgegooid wat ze hem te eten gaf.Hij had afschuwelijk gestonken, zoals zij ongetwijfeld stonk voor dit kind, dat haar nu hielp haar hoofd omhoog te houden om een slok te nemen uit een halve kalebas.Het water was koel, dus was het rechtstreeks uit de beek gekomen.`Naam, kind? Ben je naam vergeten.'Thafle van de Plaats van Gaib.'Gaib? De naam zei haar niets.Phain probeerde weer iets te zeggen.Ja?' riep het kind in plotselinge paniek.'Wat? Ik kan u niet verstaan!' En ze ging over Phain heen liggen, hield een oor vlak bij haar lippen.Het arme kind was natuurlijk doodsbang.Bang voor de dood, bang voor het lijden, bang de zaak te verknoeien.`Nog niet!' hijgde de vrouw, die bijna had willen lachen.`O!' Het kind - Thaile - krabbelde achteruit.'O, het spijt me.Ik wilde niet.ik dacht.ik bedoel, het spijt me.'Phain putte diep in haar longen en haalde net genoeg lucht boven voor een flauwe grijns en een paar woorden.'Wilde alleen vragen wie je moeder was, Thaile.'`O! Frial van de Plaats van Gaib.'Ach ja! Frial was haar oudste kleindochter, dus moest dit langbenige veulen een van haar achterkleinkinderen zijn.Stel je voor! Niet veel vrouwen leefden lang genoeg om hun woord door te geven aan een achterkleinkind.Gaib was de kalme, solide man met de puntoren.Puntiger dan de meeste oren, bedoelde ze.`Eten?' vroeg Thaile.'Zal ik iets te eten voor u halen, oma?'Phain schudde haar hoofd en sloot haar ogen om een dutje te doen.Ze hoopte dat ze het niet lang meer zou maken.Ze was te moe om nog verder te spreken.Er bleef slechts één woord over om te zeggen, en ze wist dat ze daarvoor genoeg adem zou hebben.Maig! Maig was de naam van die stinkende, magere oude man bij wie ze de dodenwake had gehouden.Maig had er een week over gedaan om dood te gaan.Ze hoopte dat het bij haar geen week zou duren.Of dat het niet al een week geduurd had.Moeilijk voor een kind.Maig had het grootste gedeelte van de tijd niet kunnen spreken, maar hij had voldoende adem gehad aan het eind om zijn woord door te geven.En het had haar nooit enig goed gedaan, dacht Phain.Misschien had ze nooit een speciaal talent gehad, of was het woord te zwak geweest, of had ze gewoon de Gave niet gehad.Nee, er was nooit enige magie geweest in haar leven, alleen maar een heleboel zwaar werk.En liefde.Veel liefde.Maar geen magie.De wind zuchtte door de kleine bouwval.Ze zou nu maar gaan slapen, en later misschien iets eten.3Het vaandel was een helse vracht, bijna te zwaar voor Ylo's geteisterde spieren, maar het betekende leven.Zolang hij zich vastklampte aan die stok, zou het hele imperatoriale leger zich doodvechten om hém te verdedigen.Hij klampte zich vast.De strijd woedde om hem heen en hij negeerde die, had al zijn aandacht nodig om het vaandel verticaal te houden en te vermijden dat hij door een van zijn eigen landgenoten in de schermutseling omver werd gelopen.Hij had een vaandel gered.Misschien zou hij dit overleven.Maar dit was niet het XXste Legioen.Hij keek op en besefte toen dat hij zojuist was overgestapt naar het XIIde [ Pobierz całość w formacie PDF ]

© 2009 Każdy czyn dokonany w gniewie jest skazany na klęskę - Ceske - Sjezdovky .cz. Design downloaded from free website templates